|
Aan de andere kant van het water
In een huwelijk is het niet altijd rozengeur en maneschijn. Op een dag tijdens een ruzie dreigde mijn man dat hij onze kinderen naar Marokko zou sturen en dat ik ze nooit meer terug zou zien. Ik geloofde hem, hij kon het ook, daar was ik zeker van.
Het is gelukkig nooit gebeurd, maar met deze dreiging als uitgangspunt heb ik een verhaal geschreven over een Belgisch-Marokkaans gezin, waar de man besluit de kinderen naar Marokko te ontvoeren.
Het boek is vanuit de ik-vorm van de vijftienjarige dochter Nadia geschreven, die op zekere dag met haar twee broers zonder hun moeder in Marokko belandt. Op het moment dat de drie kinderen beseffen dat ze ontvoerd zijn en niet meer terug kunnen, zijn ze ontzettend wanhopig. Ze proberen te ontsnappen, maar tenslotte leggen ze zich bij de situatie neer en proberen er het beste van te maken. Hun moeder doet alle moeite om de kinderen terug te halen, maar dat lukt niet meteen. De eerste die terug naar België kan is Benny, het jongste broertje van zeven. Nadia wordt verliefd op één van haar neven en beleeft, ondanks de penibele situatie, ook leuke momenten. Ze wordt heen en weer gesleurd tussen haar liefde voor Marokko en haar liefde voor België.
Als de kinderen ten slotte toch naar België kunnen ontsnappen, komen ze tot het besef dat het leven daar ook niet perfect is.
Aan de andere kant van het water werd vier keer herdrukt, het werd vertaald in het Noors, het Deens, het Duits, het Spaans en het Catalaans. Het succes van dit boek is waarschijnlijk te danken aan de gedrevenheid waarmee ik het geschreven heb en de intensiteit van mijn inleving in het verhaal.
Aan de andere kant van het water
Davidsfonds – 1989
Prijs van de provincie Antwerpen 1990
Prijs van Beringen 1990
Bekroond door de Kinder & Jeugdjury 1990
|